Leerzame Verhalen uit de Geschiedenis van Landen, Menschen, en het Rijk der Natuur
1824
Dit volksvermaak is ontegenzeggelijk, ten minfte in deszelfs hoogfte volkomenheid, alleen aan de Engelfchen eigen.
Newmarket, eene kleine plaats met vijf honderd inwoners in het Graaffchap Suffolk, is het voornaamftebtooneel der
Engelfchen Wedloopen. Aldaar zijn twee renbane; de eerfte heeft twee en twintig duizend twee honderd en zestig,
de andere negentien duizend negen honderd en twintig voeten in den omtrek.
Bij eenen wedloop wordt eerst bepaald, hoe dikwijls de rondte van de baan moet afgedraafd worden om den prijs te
winnen. Men zorgt, dat de daartoe beftemde paarden niet al te lijvig worden, omdat zij daardoor in fnelheid verliezen;
men ziet integendeel liever, dat zij eenigzins dun van lijf zijn. Daar de Engelfche Harddravers eene zeer dunne huid
hebben, worden zij met zorgvuldigheid dan andere paarden behandeld, en met kleeden bedekt, om de uitwafeming
te bevorderen, en daardoor hunne rekbaarheid te vermeerderen. Ieder paard wordt door eenen jockey of rijknecht
bereden, die zoo licht als mogelijk zijn moet, en wiens kleeding er ook naar ingerigt is. Voor het begin van den
wedloop worden de de rijders met hunne zeer kleine zadels gewogen; is een van hen ligter dan de overige, dan
fteekt men hem zooveel lood in de zakken, dat zijn gewigt met dat van zijne mededingers gelijk ftaat; want men
heeft berekend, dat eene zwaarte van zeven ponden op eene renbaan van vier Engelfche mijlen, bij twee gelijk
goede paarden, een verfchil van zeven honderd en twintig voeten bedragt.
De jockey zit niet op den zadel, maar ftaat veeleer in de ftijgbeugels; en raakt het paard niet anders aan dan met de
enkels, die hij hetzelve vast in de zijde drukt. De paarden worden in eene lijn gefchaard en beginnen op een gegeven
teeken, alle op hetzelfde oogenblik hunnen loop. Zij fchijnen, door wedijver, en vertoonen den hoogften trap van
infpanning; om elkander te overtreffen.
Wie nooit zulk eenen wedloop gezien heeft, kan zich van hunne fnelheid onmogelijk een denkbeeld vormen. Childers,
de beroemdfte Harddraver van onzen tijd - want in Engeland hebben deze, gelijk over het algemeen de de meeste
paarden, indien zij van een uitfteftekend ras zijn, hunne bijzondere namen - wordt algemeen gehouden voor het fnelfte
paard, hetgeen ooit in Engeland gezien is. Het is bewezen, dat deze renner in de baan te Newmarket eene Engelfche
mijl in eene minuut en weinige fekonden afgeloopen heeft.
Gewoondlijk krijgen jockeys tien ponden fterlings (ruim honderd guldens) indien het paard, hetgeen door hen bereden
is, den prijs heeft gewonnen, maar anders flechts de helft.
En daarvoor wagen die lieden hun leven? Want hoe dikwijs moeten zij wel niet van het paard vallen! Ongelukken van
dien aard zijn zeldzaam, omdat de paarden best afgerigt zijn; maar de fnelheid, waarmede zij de lucht doorklieven,
is voor de rijders dikwerf zeer gevaarlijk, en zoude het nog in veel hoogere mate zijn, indien niet de onophoudelijke
beweging van hunne armen bij het gebruiken van de zweep, ook de lucht in beweging bragt, en hun daarvoor gelegen-
heid fchonk, om vrijer adem te halen.
Hunne mutfen of petten zijn zoo ingerigt, dat zij hun niet alleen tegen den zonnefchijn befchermen; maar dat zij ook
de lucht met gemak kunnen klieven.
Een gedeelte der aanfchouwers volgt te paard in vollen galop en onder luid gefchreeuw de Harddravers. Aanzienlijken
houden weddenfchappen op een paard, hetgeen naar hunne meening den prijs behalen zal, en winnen of verliezen op
deze wijze dikwijls in weinige minuten aanmerkelijke fommen. Men heeft zelfs voorbeelden, dat menfchen bij zulk
eene weddenfchap hun geheel vermogen op het fpel zetteden verloren. Dikwijls heb ik zulke Harddraverijen bijge-
woond, maar nooit kon ik begrijpen, hoe men zulk eene overdrevene zucht voor dit vermaak hebben konde.