Leerzame Verhalen uit de Geschiedenis van Landen, Menschen, en het Rijk der Natuur
1824
Om op de oesterbanken, die digt bij het ftrand zijn, te komen, gaan de visfchers naakt en alleen met eenen hamer
en een net voorzienin zee, nadat zij zich te voren door het teeken van het kruis aan hunne befchermheiligen hebben
aanbevolen; weldra ziet men hen beladen met oesters terugkeeren. Even zoo weinig zwarigheid maken de Noord-
Amerikaanfche wilden van het duikelen. Dikwijls fchieten zij met pijlen naar visfchen, en wanneer zij dezelve ge-
troffen hebben, ftorten zij zich fchielijk in het water, om hunnen buit te grijpen. Niets houdt hen terug, noch rotfen
noch branding, en zij rusten niet, voor dat zij hun doel bereikt hebben.
Hoe lang kan een bekwaam duikelaar wel onder water blijven? De bekwaamfte kan het gewoonlijk niet langer dan
op zijn hoogst acht minuten uithouden; alleen de Indianen blijven fomwijlen een vierde van een uur onder water.
Dit hangt van de ligtheid des ligchaams en van de kracht der longen af. Daarom vereischt deze bezigheid de
grootfte infpanning, zoo dat de duikelaars zelden oud worden. Weinige houden het langer dan tien jaren uit, en vele
fterven reeds in het derde of viertde jaar aan de gevolgen van het duikelen.
In latere tijden heeft men eene uitvinding gedaan, om de veelvuldige ongelukken, voor welke de duikelaars in zulk
eene gevaarlijke hoofdftoffe bloot ftaan, te verminderen, en inzonderheid de parelvisfcherij te maken. Men bedacht
een wertuig in de gedaante van eene klok, waarin de duikelaar zit. De lucht, welke in de klok is, belet, dat het water,
indien zij in zee nedergelaten wordt, dezelve geheel vervult. Gij kunt u hiervan zelf overtuigen, wanneer gij eenen
wijnkelk of een bierglas het onderst boven in het water fteekt; dat zult gij zien, dat het water daarin maar tot eene
zekere hoogte opklimt.
Dat is aardig; maar hoe kan hij in de klok duidelijk genoeg zien? De klok zelf is met lood bekleed, maar boven in is
een glas geplaatst, hetgeen genoegzaam licht doorlaat.
Maar hoe kan hij lucht fcheppen, zonder dat het water in de klok dringt? De lucht, die zich in de klok boven het water
bevindt, zoude fpoedig voor de ademhaling ongefchikt zijn. Deze wordt door de iederen buizen, die tot aan het fchip,
van hetwelk de klok wordt nedergeladen, reiken, er uitgehaald, en door andere buizen wordt er verfche lucht inge-
bragt. Een Engelschman heeft zelfs een middel uitgevonden, dat de duikelaar de klok verlaten, en zijne nafporingen
op den grond der zee, op eenigen afftand, van dezelve, doen kan. Het is een masker van lood, met glazen voor de
oogen, hetgeen het hoofd geheel bedekt, en lucht genoeg bevat voor eenige minuten. Dit werktuig is bovendien ook
van een buis voorzien, die met de klok in verband ftaat, en tevens den duikelaar naar dezelve terug geleidt, opdat
hij den weg niet misfe, hetgeen een onvermijdelijken dood ten gevolge hebben moest. Door deze kunftig uitgedachte
werktuigen kunnen de duikelaars op hun gemak parelen en andere merkwaardigheden der natuur opzoeken, en
zonder hinder langer dan een uur op den bodem der zee vertoeven. Willen zij opgehaald worden, dan geven zij aan
de manfchap op het fchip een fein door een touwtje, hetgeen van de klok derwaarts loopt. Wanneer zij weder in de
vrije lucht komen, moeten zij bij het ademhalen dezelfde voorzigtigheid gebruiken, welke uitgehongerde menfchen
bij plotfelingen overgang van gebrek tot overvloed in het eten moeten in acht nemen.
Toen bij den ondergang der beruchte onoverwinnelijke vloot, verfcheidene rijk geladene Spaanfche fchepen ten
gronde gegaan waren, beproefden de Engelfchen de duikelaars - klok meer te volmaken, om die fchatten uit de
diepte der zee terug te krijgen; maar in weerwil van alle hunne moeite mislukte die proef. Gelukkiger was lang nader-
hand bij eene foortgelijke gelegenheid een Amerikaan, met name Phipps, de zoon van eenen fmid. Toen een rijk gela-
den, Spaansch fchip op de kusten van Hispaniola, gemeenlijk St. Domingo thans Haiti geheeten, verongelukt was,
maakte Phipps zich fterk, om alle fchatten, die het aan boord gehad het, weder op te halen uit zee, en wist het
Spaanfche hof van de zekerheid der goede uitkomst zoo vastelijk te overtuigen, dat de koning hem een fchip en alle
noodige uitrusting tot zijne onderneming gaf. Phipps zeilde af, maar had op zijne vaart met zoovele ongelukken te
kampen, dat hij eindelijk van alle hulpmiddelen beroofd, maar geenszins ontmoedigd terugkeerde. Andermaal ver-
zocht hij den koning om andere vaartuigen uit te rusten; andermaal zeilde hij af, maar deze reis was niet gelukkiger
dan de eerfte. Desniettemin ondernam hij eene derde reis, op welke hij eindelijk het geluk had fchatten, ruim drie
millioenen guldens waardig, uit zee op te delven. Ter belooning voor dezen dienst fchonk de koning van Spanje
hem een zestiende gedeelte der waarde en verhief hem in den adelftand. Zoo verwierf zich deze fmid door bekwaam-
heid en onvermoeide volharding eenen aanzienlijken ftand en een groot vermogen.
Ten befluit wil ik u nog iets van eenen der beroemdfte duikelaars of zwemmers, die er ooit geweest zijn, verhalen. Het
was een Siciliaansch edelman, met name Cola, van welken men zegt, dat hij geheele dagen in het water doorbragt,
waardoor hij den naam Pesce Cola, dat is Cola de Visch verwierf. De koning, die eene proef van Cola's bekwaamheid
wenschte zien, begaf zich naar die plaats, waar de golven met fchrikkelijk gedruisch tegen de rotfen van de reeds bij
de ouden onder den naam van Charybdis beroemde draaikolk branden; en, terwijl hij eenen gouden beker in zee wierp,
zeide hij den onverfchrokken Cola, dat hij denzelven voor zijne moeite mogt behouden, indien hij hem wedervinden kon.
Cola wierp zich in zee, en kwam weldra met den beker weder boven, en gaf den koning eene befchrijving der vreesfe-
lijke voorwerpen, die hij in dezen afgrond gezien had. De koning, die het uiterfte zijner krachten beproefen wilde, toon-
de hem eenen nog kostbaarderen beker, en wierp denzelven in de fchuimende draaikolk. Cola bragt ook dezen, gelijk
den vorigen terug. Maar toen hij voor de derdemaal naar konings uitgedrukte begeerte in zee fprong, kwam hij niet
weder ten voorfchijn, en werd een offer der zee.
|
||