Leerzame Verhalen uit de Geschiedenis van Landen, Menschen, en het Rijk der Natuur
1824
Cook got under sail again to resume his exploration of the Northern Pacific. However, shortly after leaving Hawai`i
Island, the foremast of the Resolution broke and the ships returned to Kealakekua Bay for repairs. It has been
hypothesized that the return to the islands by Cook's expedition was not just unexpected by the Hawaiians but
unwelcome because the season of Lono had recently ended (though this presumes that Cook was connected in
some way with Lono and Makahiki). In any case, tensions rose and a number of quarrels broke out between the
Europeans and Hawaiians. On 14 February at Kealakekua Bay, some Hawaiians took one of Cook's small boats.
Normally, as thefts were quite common in Tahiti and the other islands, Cook would have taken hostages until the
stolen articles were returned.Indeed, he attempted to take hostage the King of Hawai`i, Kalaniopu`u. The
Hawaiians prevented this, and Cook's men had to retreat to the beach. As Cook turned his back to help launch
the boats, he was struck on the head by the villagers and then stabbed to death as he fell on his face in the surf.
The Hawaiians dragged his body away. Four of the Marines with Cook were also killed and two wounded in the
confrontation.
Wij hebben dikwijls gehoord van de groote reizen van den Kapitein Cook en dat hij op eene treurige wijze zijn leven
heeft verloren. Nu wenschten wij gaarne naauwkeuriger te weten, hoe die beroemde man om het leven kwam.
Toen Cook terugkeerde van zijnen togt naar het Noorden, welke ten doel had om te onderzoeken, of men tusfchen
Azië en Amerika eene doorvaart vinden kon, landde hij den dertigften November in het jaar 1778 op Owaihi, een
der Sandwichs eilanden, en werd van de inwoners op het vriendfchappelijkst ontvangen. Men bewees hem bijna
goddelijke eer, en wierp zich voor hem op den grond neder, waar hij flechts verfcheen; de priesters bragten hem
offeranden, en bekleedden hem met een rood gewaad - eene eer, die zij gewoon waren aan hunne goden te
bewijzen, en gaven hem den naam Orono, die bijhen voor heilig gehouden werd. Nergens op zijne reizen werd
hem zooveel eerbied bewezen, als op Owaihi, en echter verloor de beroemde reiziger rondom de wereld op dit
eiland zijn leven. De volgende omftandigheden veroorzaakten dit droewig voorval. Zijne fchepen, die op den-langen
togt zeer veel geleden hadden, moesten noodzaaklijk gekalefaterd worden. Dit eischte een verblijf van twee of
drie maanden op dit eiland. De inwoners voorzagen gedurende dezen tijd zijne manfchap van levensmiddelen. Daar
zij echter waarfchijnlijk zelve gebrek begonnen te krijgen, zagen zij de Engelfchen zonder verdriet vertrekken. Dit
gebeurde op den vierden Februarij des jaars 1779; maar na verloop van weinige dagen overviel Kapitein Cook een
ftorm, bij welken hij den grooten mastvan een zijner fchepen verloor, zoo dat hij het noodzakelijk achtte naar
Owaihi terug te keeren, waar hij den elfden Februarij, zeven dagen na zijn vertrek, in de baai van Karakakua ten
anker ging leggen. Nu echter werd hij niet gelijk te voren ontvangen. In plaats van het vreugdegejuich, waarmede
de Engelfchen bij hunne eerfte komst verwelkomd werden, heerschte overal een diep ftilzwijgen. Intusfchen werd
er ook nu, gelijk te voren, een ruilhandel met de inboorlingen geopend. De koning zelf kwam aan het ftrand, waar
men op nieuw eene plaats tot het doen van waarnemingen en tot het herftellen der geleden fchade ingerigt had.
De Engelfchen de koelheid, waarmede zij ontvangen werden, merkende, hadden kwaad vermoeden en waren op
hunne hoede. Zij hadden reeds vroeger de bewijzen gehad, dat de eilanders zeer diefachtig waren: want eenige
hadden zich niet ontzien, om bij de fchepen onder water te duiken, om zoo mogelijk eenige nagels er uit te trekken.
Eindelijk ftalen zij op eenen avond eene groote boot van Cook eigen fchip, (Discovery) de Ontdekking, De Kapitein
befloot, om de daders te ontdekken, den koning van het eiland bij zich aanboord te lokken, en denzelven daar zoo
lang gevangen te houden, tot dat men hem het vaartuig wedergegven zoude hebben. Met dit oogmerk verliet hij,
vergezeld van den luitenant Phillips en negen zeefoldaten het fchip. Ook de manfchap van de Pinhas werd
gewapend, en de kapitein gaf bevel, dat de groote boot hare legplaats aan de andere zijde van de baai verlaten
moest, en dat de matrozen in dezelve zich gereed houden moesten om de floep, waarmede hij zelf aan land voer,
bij te ftaan. Nadat hij met zijne foldaten aan het bovenfte gedeelte der flad Kavaroa geland was, werd hij met de
gewone eerbewijzen ontvangen, en vond den koning in gezelfchap van deszelfs twee zonen, die gedurende zijn
eerst verblijf aanhoudend bij ham aan boord geweest waren. De koning betuigde zijne onkunde aan het ftelen van
het vaartuig, en nam de uitnodiging van Cook aan, om hem op zijn fchip te bezoeken.
![]() Daar hij in dit geval, tegen zijne gewoonte, zijne toevlugt nam tot eenen kunstgreep, welken men niet billijken kan.
Maar misfchien zal hij dezen weg, als het eenige middel befchouwd hebben, om eenen bloedigen ftrijd voor te
komen. Reeds waren de kinderen des konings aan boord, en hij zelf was van meening hen te volgen, toen zijne
gade hem omhelsde, en hem met hulp van twee aanzienlijke Eilanders terughield, om op de uitnodiging van Cook
dezen te volgen. Genoodzaakt zijn oogmerk op te geven, liet de kapitein van den koning af, en ging weder aan
land. Op dit oogenblik maakte een onaangenaam gericht eenen zeer ongunftigen indruk op alle Eilanders. De
zeefoldaten namelijk, die bevel hadden, geene booten der Widen uit de baai te laten, hadden op eenige, die in
weerwil van dit gebod er trachten uit te roeijen, gefchoten, en onder andere eenen der voornaamften des lands
gedood. Verbitterd door deze tijding, grepen de inboorlingen de wapenen op; de mannen trokken hunne krijgs-
kleederen aan, zonden hunne vrouwen en kinderen aan, zonden hunne vrouwen en kinderen landwaarts in, en
begaven zich met fpiefen en fleenen gewapend naar het ftrand. Een Eilander naderde kaptein Cook, die van zins
was aan zijne manfchap bevel te geven om weder fcheep te gaan, en wierp met eenen fleen naar hem. Deze
aanval werd door Cook, die een geweer had met eenen dubbelen loop, beantwoord door het affchieten van den
eenen loop, die flechts met fehroot geladen was. Dit veroorzaakte echter flechts eene geringe uitwerking, daar de
Wilde zich in eene digte mat gehuld had. Deze hief intusfchen zijne fpies op, waarop de kapitein hem met zijn
geweer ter aarde ploeg. Daar thans een ander Eilanderzich in dezelfde dreigende houding plaafte, was de
kapitein genoodzaakt om ter zijner verdediging op hom te fchieten, maar het fchot was mis en doodde daarentegen
dengenen, die naast hem ftond. Nu deed de ferjant der foldaten hem opmerken, dat hij den regten man niet geraakt
had. waarop hij door den kapitein gelast werd op dezen te fchieten, hetgeen hij deed, zoo dat hij dadelijk neder-
ftortte. Dit was voor de eilanders het fein tot eenen algemeenen hagel van fleenworpen, welke door de manfchap,
die aan het ftrand en in de booten geposteerd was, met eene losbranding van de geweren beantwoord werd.
ga naar deel 2
|
||